Wegwijs Borstvoeding

Borstvoeding en werken

Praktische tips

De terugkeer naar het werk plannen

Voor moeders die borstvoeding en werk wensen te combineren is het in de eerste plaats van belang dat ze zich goed informeren over de mogelijkheden om deze combinatie gemakkelijker te maken. Vaak is het goed dat ze al tijdens de zwangerschap voor zichzelf plannen wanneer ze opnieuw aan het werk gaan, en hoe ze dit zullen aanpakken. Gaan ze voltijds of deeltijds aan de slag? Willen ze gebruik maken van een regeling als ouderschapsverlof of tijdskrediet? Wensen ze beroep te doen op het recht op borstvoedingspauzes, en zijn de nodige faciliteiten aanwezig op het werk? Zorgverleners kunnen de moeder ook na de bevalling helpen om hierbij stil te staan door bij een consultatie te vragen naar hoe de moeder haar terugkeer naar het werk ziet. Mogelijk komen hierdoor bekommernissen en problemen ter sprake waarvoor samen een oplossing kan gezocht worden.

Voor moeders die twijfelen om al dan niet te blijven voeden wanneer ze terug aan de slag gaan, kunnen volgende voordelen een rol spelen in de beslissing:

  1. borstvoeding biedt optimale kansen voor een goede gezondheid, groei en ontwikkeling
  2. minder afwezigheid op het werk door ziekte van het kind
  3. minder ziektekosten voor het kind
  4. betere gezondheid en welbevinden voor de moeder
  5. minder kosten voor kunstvoeding
  6. minder energie en tijd nodig voor het klaarmaken van flesjes
  7. zich meer verbonden voelen met de baby tijdens de dag door het afkolven
  8. de borstvoeding vormt voor de moeder een rustpunt in de dag
  9. borstvoeding biedt moeder en kind de kans om zich opnieuw verbonden te voelen na een dag gescheiden te zijn door het werk.

Het is verder belangrijk dat ook de kinderopvang de keuze van de moeder om borstvoeding te blijven geven ondersteunt. Bovendien is het belangrijk dat zij goed geïnformeerd zijn over de manier waarop afgekolfde moedermelk bewaard en gebruikt moet worden.  Bij het kiezen van opvang voor het kind, kan de moeder het onderwerp borstvoeding ter sprake brengen en haar wensen duidelijk maken.

Terug aan de slag

De eerste dag dat de moeder terug aan het werk gaat is vaak moeilijk en weinig productief. De moeder neemt afscheid van de kraamtijd met de baby. Afhankelijk van de leeftijd van de baby op dit moment, zal de moeder met een aantal moeilijkheden rond borstvoeding te maken krijgen. Wanneer de moeder reeds vroeg in het postpartum opnieuw gaat werken, hebben borstvoedingsproblemen vooral te maken met:

  1. de angst om niet voldoende melk te hebben
  2. stuwing
  3. lekken
  4. de baby die nog vaak gevoed wil/moet worden
  5. de nog wisselende voedingspatronen van de baby, groeispurten en nachtvoedingen.

Wanneer de moeder kort na de bevalling opnieuw gaat werken heeft ze bovendien te maken met weinig energiereserve en vermoeidheid.

Het is belangrijk om als zorgverlener de moeder erover te informeren dat deze problemen van voorbijgaande aard zijn, en hoe langer de moeder thuisblijft bij de baby, hoe kleiner de kans is dat deze moeilijkheden onoverkomelijk zijn. Indien mogelijk is het dus aangewezen dat de moeder thuisblijft tot de baby minstens vier maanden (idealiter zes maanden) oud is. Daarna stellen zich meestal geen grote obstakels meer met betrekking tot de combinatie borstvoeding en werk. Wanneer de moeder eerder opnieuw gaat werken, is het goed dat ze door zorgverleners wordt aangemoedigd en er gezocht wordt naar oplossingen voor de problemen die ze ervaart.

Er zijn verschillende manieren om de borstvoeding verder te zetten eens men terug aan het werk is. Men kan afkolven met de hand of met een afkolftoestel en een voorraadje moedermelk aanleggen die meegegeven kan worden naar de opvang. Of men kan de borstvoedingspauzes gebruiken om de baby zelf te gaan voeden.

Hoe vaak men zal moeten kolven opdat de baby voldoende melk heeft, hangt af van de leeftijd van de baby en hoe lang moeder en kind gescheiden zijn. Hoe jonger het kind, hoe vaker de moeder zal moeten kolven. Als algemene richtlijn kan volgende formule gebruikt worden om de hoeveelheid melk te bepalen die de baby per keer drinkt: 150ml x kg lichaamsgewicht, gedeeld door het aantal voedingen dat de baby normaal heeft. Een baby van 4 kg die normaal 10 keer drinkt zal dus bij benadering 60 ml per voeding nodig hebben.

De meeste moeders ervaren een verminderde melkproductie wanneer ze terug aan de slag gaan. Om de melkproductie op peil te houden is het daarom nodig dat de moeder tijdens de werkdag afkolft, en ’s avonds en ’s morgens  (evt. ook ’s nachts) goed blijft aanleggen. Het is mogelijk dat de baby het aantal keer dat hij aan de borst drinkt opdrijft.

Wetgeving in België

In België bestaan er, afhankelijk van het statuut van de werknemer, verschillende mogelijkheden om de moederschapsrust nog te verlengen of om borstvoedingspauzes te nemen op het werk waardoor borstvoeding en werken makkelijker te combineren zijn.

Wij bieden u hier een overzicht van de verschillende mogelijkheden.

Zeer tevreden met de heldere documentatie en hulp van Wegwijs Borstvoeding! Nogmaals bedankt.
Julie V.
Mama

Moederschaprust

Elke werkneemster die zal bevallen heeft recht op 15 weken moederschapsrust. Bij een meerlingzwangerschap heeft men recht op 17 weken bevallingsrust. Een miskraam na de zesde maand van de zwangerschap (180 dagen) wordt met een bevalling gelijkgesteld, en geeft bijgevolg eveneens recht op moederschapsrust.

Deze 15 weken moederschapsrust bestaat uit maximum 6 weken prenataal verlof (8 weken wanneer er sprake is van een meerling) en minimaal 9 weken postnataal verlof. Eén week voor de uitgerekende bevallingsdatum mag de zwangere vrouw niet meer gaan werken. Dit wil zeggen dat 5 weken van het prenataal verlof (of 7 weken bij een meerling) mogen overgedragen worden naar het postnataal verlof. Van deze 5 weken facultatieve prenatale rust die naar de postnatale periode kunnen worden overgedragen, mogen er twee weken worden omgezet in verlofdagen voor postnatale rust. Dat betekent dat de werkneemster de werkdagen van die twee weken kan opnemen nadat ze op de werkvloer terugkeerde, en wel binnen de acht weken na de werkhervatting. Op die manier kan de overgang tussen moederschapsrust en werk geleidelijk verlopen en misschien beter worden aangepast aan het ritme van mama en baby. Wanneer men vroeger bevalt dan verwacht verliest men de resterende dagen van de verplichte week prenataal verlof.

Wanneer de baby na de eerste levensweek in het ziekenhuis moet worden opgenomen kan de werkneemster de postnatale rust verlengen met een periode die gelijk is aan de periode dat de baby na de eerste levensweek is opgenomen, met een maximum van 24 weken.

Ongeacht hun contractuele positie, zorgt het ziekenfonds zorgt voor een moederschapsuitkering voor werkneemsters. Deze uitkering bedraagt 82 % van het onbegrensd brutoloon gedurende de eerste 30 dagen van de moederschaprust. Vanaf de 31ste dag wordt dit 75 % van het begrensd loon en bij een verlenging na 15 weken gaat het nog om 60 % van het begrensd loon.

Het overheidspersoneel en de zelfstandigen nemen een bijzondere positie in. Overheidspersoneel blijft het volledige loon behouden gedurende de moederschaprust, enkel bij een verlenging na 15 weken wordt dit teruggebracht tot 60 % van het loon. Zelfstandigen konden tot voor kort aanspraak maken op 6 weken moederschapsrust. Sinds 1 juli 2007 kunnen zelfstandigen en meewerkende echtgenoten 8 weken moederschapsrust opnemen, waarvan 1 week verplicht prenataal. Deze periode van 8 weken kan op vraag van de moeder worden ingekort met 1 of 2 weken, zodat de minimumduur van de moederschapsrust 6 weken bedraagt. De moederschapsuitkering bedraagt 347,11€ per week en wordt in 1 keer uitbetaald tijdens de maand van de laatste week van de moederschapsrust.
Het aantal dienstencheques waarop men aanspraak kan maken is sinds 1 mei 2007 verhoogd van 70 tot 105.

Om van een moederschapsuitkering te kunnen genieten, dient men een medisch attest, dat de vermoedelijke bevallingsdatum vermeldt, aan haar ziekenfonds over te maken. Na de bevalling moet een geboorteattest, afgeleverd door de gemeente, met de werkelijke geboortedatum erop vermeld, afgegeven worden aan het ziekenfonds.

Indien het werk opnieuw hervat wordt, moet een werkhervattingattest opgestuurd worden naar het ziekenfonds.

Dienstencheques voor zelfstandigen

Naast de moederschapsrust kunnen zelfstandigen bij het hervatten van hun beroepsactiviteiten gratis gebruik maken van dienstencheques voor huishoudelijke taken. De toekenning van deze cheques wordt niet als een belastbare uitkering voor de gerechtigden beschouwd. Het aantal dienstencheques waarop men aanspraak kan maken is sinds 1 mei 2007 verhoogd van 70 naar 105. Om dienstencheques aan te vragen kan de gerechtigde zich wenden tot haar socialeverzekeringsfonds.

Borstvoedingsverlof

Algemeen

Er bestaat geen algemene regeling in verband met het borstvoedingsverlof.
In de openbare sector is dit verlof niet van toepassing tenzij in geval van moederschapbescherming. In de privé-sector bestaan er binnen bepaalde sectoren collectieve arbeidsovereenkomsten over borstvoedingsverlof maar dit is meestal onbezoldigd. Daarnaast kan er eventueel wel een individuele overeenkomst tussen werkgever en werknemer gesloten worden onder de vorm van onbetaald verlof.

In geval van moederschapsbescherming (lactatieverlof)

Van zodra een werkneemster beslist om borstvoeding te geven, moet zij haar werkgever hiervan op de hoogte brengen. De arbeidswet verbiedt immers dat zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, arbeid verrichten die als gevaarlijk voor de gezondheid van de vrouw of haar kind wordt beschouwd. De werkgever moet in samenwerking met de arbeidsgeneesheer een onderzoek doorvoeren naar alle werkzaamheden waarbij zich een specifiek risico kan voordoen, dat kan bijvoorbeeld gaan om blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
De arbeidsgeneesheer beslist individueel over elk geval. Afhankelijk van het risico of de risico’s waaraan de werkneemster eventueel kan worden blootgesteld, moet de werkgever ofwel:

  • de werktijden of arbeidsomstandigheden aanpassen
  • een andere toelaatbare job geven
  • de arbeidsovereenkomst schorsen.

Indien de uitvoering van het contract geschorst wordt en dus lactatieverlof wordt toegestaan, kan er aanspraak gemaakt worden op een moederschapsuitkering (60 % van het loon) ten laste van het ziekenfonds. Dit is mogelijk tot en met de 5e maand na de bevalling. Tijdens deze periode neemt de werkgever geen enkele verplichting op zich wat betreft gewaarborgd loon.

Aan het ziekenfonds dient dan een attest van de werkgever bezorgd te worden, waaruit blijkt dat men omwille van bepaalde risico’s moest stoppen met werken en dat er geen vervangende arbeid aanwezig is.

Borstvoedingspauzes

Sinds 1 juli 2002 mogen werkneemsters in de privé-sector die borstvoeding geven één of twee keer per dag voor een half uur hun werkzaamheden onderbreken voor het geven van borstvoeding of voor het afkolven van moedermelk (Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 80 en CAO nr. 80 bis).

Het aantal pauzes waar men recht op heeft, hangt af van het aantal uren dat men die dag werkt. Bij een werkdag van minstens 7.5 uur heeft men recht op twee pauzes (deze kunnen in één of in twee keer worden opgenomen), bij een werkdag van 4 tot 7.5 uur heeft men recht op één pauze. De werkneemster zal een akkoord moeten bereiken met haar werkgever waarin bepaald wordt op welke ogenblikken van de dag de pauze kan worden opgenomen.

Om recht te hebben op de borstvoedingspauzes dient de werkneemster twee maand voor zij terug begint te werken de werkgever verwittigen. Dit kan gebeuren door middel van een aangetekend schrijven of door de overhandiging van een brief waarvan een exemplaar voor ontvangst wordt ondertekend door de werkgever.

Verder is er ook een attest nodig om te bewijzen dat de vrouw inderdaad borstvoeding geeft. Dit kan bij Kind & Gezin of bij de arts verkregen worden. Dit bewijs moet iedere maand opnieuw geleverd worden.

De werkneemster die gebruik maakt van de borstvoedingspauzes mag niet ontslaan worden vanaf het ogenblik dat zij haar werkgever heeft ingelicht van haar intentie om van de pauzes gebruik te maken tot één maand na het verstrijken van het laatste attest.

Het recht op borstvoedingspauzes geldt tot maximaal 9 maanden na de geboorte.

De werkneemster (met uitzondering van de werkneemster die een uitkering ontvangt voor de onderbreking van haar arbeidsovereenkomst) kan aanspraak maken op een uitkering voor de uren van borstvoedingspauzes toegekend volgens de bepalingen van de arbeidsreglementering. De werkgever bezorgt een attest, ten laatste op de dag van de uitbetaling van het loon, met vermelding van het aantal uren of halve uren borstvoedingspauze die zij genomen heeft in de loop van de maand. De werkneemster vult het attest verder in en bezorgt het aan haar ziekenfonds dat de uitkering betaalt binnen de dertig dagen.

Deze uitkering bedraagt 82% van het onbegrensde brutoloon voor de uren en halve uren borstvoedingspauze.

De werkgever is verplicht om voor een goed verwarmde en verluchte ruimte te zorgen waarin de werkneemster borstvoeding kan geven of kan afkolven. Deze ruimte moet over een koelkast beschikken en er moet een aangename zetel staan.

Ouderschapsverlof

Het ouderschapsverlof biedt aan moeders en vaders de mogelijkheid om voor een bepaalde periode hun loopbaan te onderbreken, zodat ze meer tijd kunnen besteden aan de zorg en opvoeding van hun kind. Het ouderschapsverlof biedt dan ook perspectieven in verband met borstvoeding.

In de privé-sector kan dit verlof op een aantal manieren worden opgenomen. Elke werknemer (voltijds of deeltijds tewerkgesteld) kan gedurende een periode van drie maanden de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig schorsen. De periode van drie maanden kan naar keuze van de werknemer in verschillende maanden worden opgesplitst. Het is verder ook mogelijk om gedurende een aaneengesloten periode van zes maanden de arbeidsprestaties halftijds verder te zetten. Een andere mogelijkheid is om gedurende een periode van vijftien maanden de arbeidsprestaties met één vijfde te verminderen; deze vermindering van de arbeidsprestaties kan naar keuze van de werknemer in verschillende maanden worden opgesplitst, met een minimumduur van drie maanden bij elke aanvraag.

Een overstap van de ene naar de andere regeling is mogelijk. Hierbij is het zo dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties en gelijk is aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde. Bij de overstap dient de minimumduur van het verlof telkens te worden gerespecteerd.

Het ouderschapsverlof is een recht voor alle werknemers. De periode waarbinnen men dit verlof kan opnemen loopt vanaf de geboorte van het kind tot op het ogenblik dat het kind 12 jaar wordt. De enige voorwaarde is dat je als werknemer in de periode van 15 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag, minstens 12 maanden in dienst moet zijn bij de werkgever die je tewerkstelt.

De werknemer dient zijn werkgever ook ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden op voorhand schriftelijk in te lichten over zijn beslissing om ouderschapsverlof te nemen. De kennisgeving van de werknemer bevat het voorstel over de wijze van uitoefening van het recht (volledige schorsing of vermindering van prestaties) en de begin- en einddatum van het verlof.

Binnen één maand na de kennisgeving kan de werkgever het verlof met hoogstens zes maanden uitstellen om gegronde redenen, die verband houden met de werking van de onderneming. Bij uitstel gaat het ouderschapsverlof in, uiterlijk 6 maanden na de maand waarin het gemotiveerde uitstel wordt geformuleerd. De werkgever kan het ouderschapsverlof niet weigeren, wel is het mogelijk dat de werkgever een kortere termijn aanvaardt.

Ten laatste op het ogenblik dat het verlof ingaat, moet de werknemer de documenten tot bewijs van het recht op ouderschapsverlof aan de werkgever bezorgen (geboorte-uittreksel, bewijs van inschrijving, …)

Tijdens het ouderschapsverlof krijgt de werknemer een onderbrekingsuitkering en blijven bepaalde sociale zekerheidsrechten gewaarborgd. De werknemer dient na het verstrijken van het ouderschapsverlof zijn functie terug te krijgen of ten minste een gelijkwaardige of vergelijkbare functie. Vanaf de aanvraag van het ouderschapsverlof tot en met 2 maanden na het einde van het verlof is de werknemer beschermd tegen ontslag. Enkel ontslag wegens een dringende of voldoende reden is mogelijk.

De onderbrekingsuitkering moet door de werknemer aangevraagd worden bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, a.d.h.v. formulieren die door de RVA verstrekt worden. De aanvraag moet gebeuren binnen de termijn van twee maanden die ingaat op de dag na de aanvang van het ouderschapsverlof. De onderbrekingsuitkering voor een volledige loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof bedraagt in principe 536,65 euro voor een voltijds tewerkgestelde werknemer. Een deeltijds tewerkgestelde werknemer die zijn arbeidsovereenkomst volledig schorst, of een voltijds tewerkgestelde werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert, ontvangt een gedeelte van dit bedrag dat evenredig is aan de duur van de arbeidsprestaties of aan de vermindering van de arbeidsprestaties.

Een andere mogelijkheid is het ouderschapsverlof op basis van de Collectieve

Arbeidsovereenkomst nr. 64, gesloten in de Nationale Arbeidsraad. Deze regeling kent aan iedere werknemer uit de privé-sector een recht op volledige loopbaanonderbreking toe bij de geboorte of de adoptie van een kind tot de leeftijd van vier jaar (of acht jaar wanneer het kind voor tenminste 66% getroffen is door een vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag). De duur van de onderbreking bedraagt drie aaneensluitende maanden. Mits akkoord van de werkgever kunnen de drie maanden voltijds ouderschapsverlof eveneens worden opgenomen in gedeeltes of in een deeltijdse arbeidsregeling. In het kader van deze regeling maakt de werknemer geen aanspraak op een onderbrekingsuitkering. Ook de ontslagbescherming verschilt enigszins van de regeling van ouderschapsverlof opgenomen in het kader van de loopbaanonderbreking.

De werknemer kiest het stelsel dat het meest aansluit bij zijn of haar functie of situatie.

Tijdskrediet

Het tijdskrediet kan bestaan uit:

  1. een volledige schorsing van de arbeidsprestaties zowel voor voltijdse als deeltijdse werknemers.
  2. een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.
  3. 1/5-loopbaanvermindering, op te nemen als een dag per week of twee halve dagen per week.

Voorwaarden hiervoor zijn dat men binnen het bedrijf minstens 3/4-tijds effectief tewerkgesteld moet zijn geweest gedurende twaalf maanden om de arbeidsprestaties met de helft te verminderen, en voltijds effectief tewerkgesteld was gedurende twaalf maanden om de prestaties met 1/5 te verminderen.

Het tijdskrediet met voltijdse of halftijdse onderbreking kan voor minimum 3 maanden en maximum 1 jaar worden opgenomen. Men ontvangt een premie van 394.59 euro per maand (526.12 euro per maand indien men over 5 jaar anciënniteit beschikt) voor de voltijdse onderbreking. In geval van een halftijdse onderbreking ontvangt men 197.29 euro per maand (263.06 euro per maand indien men over 5 jaar anciënniteit beschikt).

De 1/5-loopbaanvermindering kan men opnemen gedurende een periode van maximaal 5 jaar over de hele loopbaan. Hierbij ontvangt men een premie van 77.37 euro per maand.

De aanvraag moet 3 maand op voorhand gebeuren, tenzij anders afgesproken met de werkgever. De aanvraag gebeurt schriftelijk: aangetekend schrijven of schrijven overhandigen aan werkgever met handtekening voor ontvangst op kopie. Belangrijk is dat duidelijk vermeld wordt om welke vorm van tijdskrediet het gaat.

Onbetaald verlof

Elke werknemer kan steeds aan de werkgever vragen of die bereid is ‘verlof zonder wedde’ toe te kennen. Er kan dan overeengekomen worden om de arbeidsovereenkomst tijdelijk te schorsen. Gedurende een periode van ‘verlof zonder wedde’ moet de werkgever geen loon betalen. Deze regeling heeft echter gevolgen voor de rechten van de werknemer inzake sociale zekerheid (werkloosheidsverzekering en de ziekte- en invaliditeitsverzekering).

Ontvang ook uw

Internationale erkenning

Bij een gunstige evaluatie ontvangt u van het Expertisecentrum het certificaat ‘Borstvoedingsvriendelijke Organisatie’ , dat erkend is door UNICEF en Kind en Gezin.
Het certificaat is geldig voor 4 jaar.

U kan tijdens het hele proces beroep doen op concrete ondersteuning.