Wegwijs Borstvoeding
17. Spenen
Hoe kan men een kind best spenen?
Idealiter wacht men met spenen tot het kind zelf aangeeft dat het hier klaar voor is en zowel op emotioneel als nutritioneel vlak geen of minder behoefte heeft aan borstvoeding. Een kind zal zichzelf pas spenen op het moment dat hij de meeste voedingsstoffen via vaste voeding krijgt en al goed uit een kopje kan drinken. Hij bouwt zelf het aantal borstvoedingen af. Wanneer het kind de kans wordt gegeven om zichzelf te spenen, zal dit ergens tussen het tweede en vierde levensjaar plaatsvinden. Het is erg onwaarschijnlijk dat een kind jonger dan 18 à 24 maanden zich uit zichzelf zal gaan spenen zonder dat hij hiertoe wordt aangemoedigd door de moeder. Het natuurlijk speenproces verloopt erg geleidelijk. Gedurende verschillende maanden vraagt het kind steeds een voeding minder. De moeder volgt de signalen van de baby waardoor de baby op eigen tempo kan wennen aan andere voedingsmanieren.
Wat zijn aandachtspunten bij het vroeg afbouwen van de borstvoeding op initiatief van de moeder?
Wanneer de moeder de borstvoeding wil of moet stopzetten vooraleer de baby aangeeft hier klaar voor te zijn, is het erg belangrijk om dit geleidelijk aan te doen. Dit stelt zowel moeder als baby in staat om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Terwijl dit voor de moeder van belang is om verstopte melkkanaaltjes en een borstontsteking te voorkomen, laat het voor het kind toe dat andere vormen van voeding, affectie en aandacht langzaam de borstvoeding kunnen compenseren. Dit geleidelijk spenen laat ook toe dat de concentratie aan antistoffen in de moedermelk kan toenemen, zodat het kind nog een laatste extra bescherming meekrijgt. Best kan men één voeding tegelijk minderen. Na een aanpassingsperiode van een kleine week en wanneer de moeder geen last heeft van pijnlijke stuwing, kan vervolgens opnieuw een borstvoeding worden vervangen. Een evenwichtige spreiding van de resterende voedingen over 24 uur is aangewezen (bijvoorbeeld in eerste instantie de ochtend- en avondvoeding behouden). Vaak is veel geduld en flexibiliteit van de moeder nodig. Belangrijk is ook om doorheen de dag wat extra affectie en aandacht aan het kind te geven. Borstvoeding is namelijk meer dan voeding alleen en voorziet ook in emotionele behoeften van het kind. Abrupt stoppen met borstvoeding is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen nodig, en vereist goede begeleiding om verstopte melkkanaaltjes en borstontsteking te voorkomen. Verder is het niet aangewezen om te starten met het afbouwen van de borstvoeding op een moment dat de baby ziek is of er andere problemen zijn.
Wat te doen bij flesweigering?
Voor de meeste baby’s die borstvoeding krijgen duurt het een tijdje vooraleer ze aan de fles willen of kunnen drinken. Het drinken aan een flesje vereist immers andere mond- en tongbewegingen dan het drinken aan de borst. Sommige baby’s weigeren de fles echter resoluut. In wat volgt geven we een aantal tips die in deze situatie kunnen helpen.
– Bied het flesje wat eerder aan dan het gewoonlijke voedingsmoment, zodat de baby geïnteresseerd is maar niet zo hongerig dat hij gefrustreerd raakt.
– Bied het flesje eens aan wanneer de baby slaperig is.
– Laat iemand anders het flesje geven. Wanneer de moeder dit doet zal de baby de moeder zien en ruiken, en niet begrijpen waarom hij geen borstvoeding krijgt.
– Wanneer iemand anders het flesje geeft, is het beter dat de moeder niet in huis is zodat de baby haar niet kan ruiken.
– Gebruik evt. een speentje dat lijkt op de fopspeen van de baby.
– Probeer verschillende speentjes uit. Sommige baby’s prefereren een snelle toevloed van de melk, andere een trage.
– Verwarm het speentje met warm water om het wat aangenamer te maken.
– Breng wat moedermelk aan op het speentje. Wanneer de baby dit proeft zal hij mogelijk beginnen te zuigen om meer te krijgen.
– Laat de baby spelen met het speentje zodat hij er vertrouwd mee raakt.
– Probeer de baby in een andere houding te voeden, bijvoorbeeld in een kinderstoel, rechtop, zodat je hem kan aankijken bij het voeden.
– Probeer de baby af te leiden op het moment dat hij de fles krijgt, door rond te wandelen, tegen hem te praten, te wiegen.
– Als een moeder weet dat ze haar baby af en toe voeding zal moeten geven met de fles, omdat ze terug gaat werken bijvoorbeeld, dan kan ze vanaf de leeftijd van 6 weken à 3 maanden af en toe wat moedermelk in een flesje geven. Zo kan de baby wennen aan het drinken van een flesje.
Wat werkt bij de baby is erg individueel en het blijft zoeken. Belangrijk is echter om geduldig te blijven en de baby niet te dwingen of te forceren. Dit werkt aversie in de hand en maakt het probleem enkel erger. Wanneer de baby de fles drie keer weigert, is het beter om het erbij te laten en later opnieuw te proberen. Wel is het goed om de baby daarna niet onmiddellijk borstvoeding te geven, maar eerst iets anders te doen zodat de baby het weigeren van de fles niet beloond ziet met drinken aan de borst. Een alternatief is om de baby niet met de fles te voeden maar hem te leren om aan een kopje of bekertje te drinken. Ook een melkpapje (vb. moedermelk met meel) met een lepeltje kan een oplossing zijn voor een moeder die moet gaan werken.
Ontvang ook uw
Internationale erkenning
Bij een gunstige evaluatie ontvangt u van het Expertisecentrum het certificaat ‘Borstvoedingsvriendelijke Organisatie’ , dat erkend is door UNICEF en Kind en Gezin.
Het certificaat is geldig voor 4 jaar.
U kan tijdens het hele proces beroep doen op concrete ondersteuning.
