Wegwijs Borstvoeding

10. Transfer van medicatie in moedermelk

Het innemen van medicatie tijdens de borstvoedingsperiode geeft vaak minder problemen dan algemeen wordt aangenomen. Hoewel er sporen van de meeste medicatie in de moedermelk terechtkomen, is de invloed op de baby meestal verwaarloosbaar. Sommige stoffen worden niet door het lichaam van de baby opgenomen. Bijna steeds is er een geneesmiddel voorhanden dat geen nadelige gevolgen heeft voor de baby. Ook langdurig gebruik van medicatie voor hypertensie, depressie, tbc of epilepsie kan compatibel zijn met borstvoeding.

Als medicatie nodig is, is het belangrijk om een individuele risico-inschatting te maken. Een nuttig instrument voor de risico-evaluatie is de gids van Th. Hale (2005) waarin medicatie wordt ingedeeld in verschillende risicocategorieën, gaande van ‘zeer veilig’ tot ‘tegenaangewezen’. Bij het evalueren van het risico dient men de leeftijd en de algemene conditie van de baby mee in rekening te brengen. De (im)maturiteit van het gastro-intestinale systeem, de lever en de nieren heeft nl. een effect op hoe de medicatie wordt opgenomen, gemetaboliseerd en afgevoerd. Naast de leeftijd speelt het gewicht eveneens een rol, alsook het feit of de baby nog exclusief borstvoeding krijgt dan wel reeds fruit en/of groenten eet.

Volgende tips beperken de transfer van medicatie in moedermelk: 

  • Voed de baby net voordat de medicatie wordt ingenomen.
  • Vermijd voeden op het moment dat de plasmaspiegel bij de moeder piekt.
  • Wanneer de medicatie erg vetoplosbaar is, kan de moeder een overvloedige melkproductie onderhouden door te kolven na het voeden. Vervolgens dient de moeder deze melk weg te  gieten. Door het hogere vetgehalte zal de concentratie aan medicatie in deze melk ook hoger zijn.
  • De moeder kan op voorhand afkolven en melk bewaren wanneer ze weet dat ze voor een bepaalde tijd medicatie zal moeten nemen die incompatibel is met borstvoeding.
  • Ook met medicatie die vrij verkrijgbaar is, dient voorzichtig omgesprongen te worden. Zo zijn er bvb. aan het gebruik van aspirine belangrijke bijwerkingen verbonden. Kies indien mogelijk voor medicatie die plaatselijk wordt toegediend (bvb. neusdruppels i.p.v. systematische antihystaminica). Middelen die plaatselijk gebruikt worden leiden tot minder hoge plasmaspiegels bij de moeder. 
  • Kies indien mogelijk medicatie die ook bij kinderen wordt gebruikt en als veilig wordt beschouwd.
  • Kies indien mogelijk medicatie met een korte halfwaardetijd, een hoge proteïnebinding, een hoog moleculair gewicht of lage biologische beschikbaarheid.

Pseudoephedrine komt voor in verschillende neussprays die vrij te koop zijn in de apotheek en is geassocieerd met een significante daling van het melkvolume en het prolactinegehalte. De hormonale anticonceptiepil waarbij oestrogenen en progesteronen worden gecombineerd heeft een negatief effect op de melkproductie. Daarom is het aangewezen om te kiezen voor een anticonceptiepil die geen oestrogenen maar enkel laaggedoseerde progesteronen bevat (minipil). Ook deze pil kan bij gebruik kort na de bevalling echter voor een verminderde melkproductie zorgen. Het is dan ook aan te raden om het gebruik zolang mogelijk (zeker tot 6 weken postpartum) uit te stellen. Verder geven sommige studies aan dat een overmatige toediening van pyridoxine (vitamine B6) de melkproductie afremt. Terwijl de dagelijks aanbevolen dosis 1,6 mg bevat, voorzien de meeste supplementen in 25 mg/dag. Aangetoond is dat doses van 600 mg/dag een verminderde prolactinesecretie met zich meebrengen. Andere lactatieremmende medicijnen zijn levodopa, phenelzine, ergocriptine, barbituraten, apomorfine en alcohol. Daarnaast zijn er een aantal medicijnen die intentioneel de lactatie onderdrukken, zoals bromocriptine en cabergoline. Het gebruik van bromocriptine als lactatieremmer wordt echter afgeraden o.w.v. ernstige bijwerkingen.

Een aantal medicijnen zijn duidelijk tegenaangewezen tijdens de borstvoedingsperiode. We geven een overzicht. 

  • antineoplastische agentia die gebruikt worden bij de behandeling tegen kanker 
  • radiopharmaceutica 
  • retinoïden 
  • chloramphenicol 
  • lithium 
  • phenindione 
  • tetracyclines

Hoewel vaak als tegenaangewezen beschouwd, is het gebruik van metronizadole (Flagyl®) compatibel met borstvoeding.

Ontvang ook uw

Internationale erkenning

Bij een gunstige evaluatie ontvangt u van het Expertisecentrum het certificaat ‘Borstvoedingsvriendelijke Organisatie’ , dat erkend is door UNICEF en Kind en Gezin.
Het certificaat is geldig voor 4 jaar.

U kan tijdens het hele proces beroep doen op concrete ondersteuning.