Wegwijs Borstvoeding

7. Borstvoeding bij aangeboren aandoeningen

Ja. Het is niet altijd evident en vraagt bijkomende inspanningen zowel van de moeder als van zorgverleners. Toch is borstvoeding zeker in dit geval van grote waarde. Volgende factoren spelen een rol bij de mogelijkheid om borstvoeding te geven in geval van een gespleten lip en/of verhemelte:

  • de ernst van de aandoening
  • de kennis
  • de vaardigheden en motivatie van de moeder
  • een goede begeleiding en steun voor de moeder
  • de bereidheid van de baby om evt. verschillende hulpmiddelen voor het voeden te accepteren
  • de emotionele draagkracht van de ouders om met deze aandoening om te gaan.

Aandachtspunten bij een gespleten lip: Meestal wordt de opening opgevuld door het soepele borstweefsel van de moeder. Zoniet kan de moeder met haar vinger de opening afsluiten. Op deze manier kan de baby drinken zonder lucht te happen. Wanneer de opening bilateraal is kan de moeder haar duim gebruiken om zo een vacuüm te creëren. Meestal zal de baby luidruchtig drinken en vaak moeten boeren. Eventueel extra kolven om de melkproductie te ondersteunen. Een verticale houding (vb. rugligging) is aan te bevelen omwille van betere vacuümvorming en minder risico op verslikken.

Aandachtspunten bij een gespleten verhemelte: Deze situatie zorgt meestal voor meer moeilijkheden. De baby kan moeilijk houvast vinden en de borst in zijn mond houden. Bovendien kan het vacuüm dat nodig is om te drinken niet ontstaan doordat er een verbinding is tussen mond en neus. Vaak wordt daarom al vroeg een verhemelteplaatje gebruikt. De baby kan de neiging hebben om alleen op de tepel te zuigen. Het is dan ook belangrijk om het aanleggen goed te begeleiden. Door de baby rechtop zittend te voeden wordt voorkomen dat de melk via het neusje weer wegvloeit en de baby zich verslikt. Mogelijk zal de moeder gedurende lange tijd moeten afkolven en wordt de baby (bij)gevoed met een kopje. In geval van een gespleten verhemelte is het onwaarschijnlijk dat de baby voldoende zal groeien met exclusieve borstvoeding en zal bijvoeden nodig zijn.

Allereerst heeft moedermelk belangrijke voordelen vanwege de beschermende werking. Kinderen met een gespleten lip en/of verhemelte lopen meer risico op oorontstekingen en luchtweginfecties. Borstvoeding beschermt tegen deze infecties. Onderzoek toonde aan dat borstgevoede baby’s met gespleten lip/verhemelte 75% minder oorontstekingen doormaakten dan kunstgevoede baby’s met dezelfde aandoening. De anti-infectieuze werking en groeifactoren in borstvoeding zijn ook na een operatie belangrijk. Het zorgt ervoor dat de wonde sneller geneest en er minder infecties van de wonde optreden. Verder is moedermelk minder agressief dan kunstvoeding waardoor het minder erg is wanneer de baby zich verslikt. Daarnaast zorgt borstvoeding voor een optimale groei van de baby. Indien de operatie wordt uitgesteld totdat de baby een vooropgesteld gewicht heeft bereikt kan dit ook in dit verband belangrijk zijn. Bovendien worden de spieren van gezicht en mond geoefend door het zuigen aan de borst, waardoor een normale ontwikkeling van het gezicht en spierkracht worden gestimuleerd. Ten slotte vormt de tijd die men besteedt aan borstvoeding ook een investering in hechting, socialisatie en huidcontact.

In de periode voor de operatieve behandeling kan gebruik gemaakt worden van hulpmiddelen om de diepte van de spleet te reduceren (bvb. verhemelteplaatje). Verschillende studies hebben aangetoond dat het opportuun is om na een operatie van de lip de baby onmiddellijk opnieuw aan te leggen en niet eerst te voeden met een kopje of spuitje. Bij een operatie aan het verhemelte kan het initieel pijnlijk zijn voor de baby om de tepel in de mond te nemen. Doordat de tepel echter zacht is kan dit geen kwaad. Drinken aan een kunstspeen is echter af te raden o.w.v. mogelijke beschadigingen aan het verhemelte. Welke moeilijkheden kunnen zich voordoen bij borstvoeding aan een baby met gespleten lip en/of verhemelte? De meest voorkomende problemen zijn: moeilijkheden met aanhappen en zuigen stuwing melkproductie die traag op gang komt matige groei van de baby.

Ja. Hoewel dit gepaard gaat met moeilijkheden om de baby te voeden, is het net voor deze baby’s erg belangrijk dat ze borstvoeding krijgen (zie verder).

Vermits neurologische aandoeningen een verhoogd risico op infecties impliceren, is borstvoeding vooral belangrijk o.w.v. de anti-infectieuze werking. Bovendien worden tijdens het drinken de spieren van het gezicht en de mond goed geoefend. Verder gaan sommige neurologische aandoeningen gepaard met hartafwijkingen. Ook hier is borstvoeding opportuun omdat het minder stress bij de baby veroorzaakt dan het voeden met de fles, waardoor de baby zijn zuurstofsaturatie en temperatuur gemakkelijker op peil kan houden.

In geval van lage spierspanning (zoals bvb. bij het syndroom van Down) heeft de baby moeite met het instandhouden van het vacuüm tijdens het drinken aan de borst. De baby kan de borst niet goed vasthouden, zuigt slechts zwak, kan de lippen niet stevig sluiten en de tong is minder beweeglijk. Vaak moeten deze baby’s gewekt worden voor een voeding.

In geval van hoge spierspanning is de baby vaak erg gevoelig voor prikkelingen in en rond de mond. Deze baby’s vertonen zeer snel een braakreflex. Aan de borst hebben ze de neiging om naar achter te buigen, te overstrekken, te kokhalzen en zich te verslikken.

Volgende punten kunnen helpen om de baby goed te laten drinken:

  • een goede ondersteuning van de onderkaak of kin kan de baby helpen om de borst goed te omsluiten en het borstweefsel efficiënt samen te drukken
  • het ondersteunen van het hoofdje voorkomt dat het naar achteren valt
  • een borstvoedingshulpset gebruiken zodat de baby voldoende melk kan drinken alvorens in slaap te vallen
  • rechtop voeden, tegen hem praten, minder warm kleden, strelen en vaker van borst wisselen om de baby alert te houden
  • evt. speciale oefeningen voorzien om de mond- en gezichtsspieren extra te oefenen 
  • opvolging en begeleiding door een multidisciplinair team.

Hypotone baby’s gelijken in vele opzichten op premature baby’s: ze zullen geleidelijk aan beter leren zuigen, slikken en ademhalen.

Volgende punten kunnen helpen om de baby goed te laten drinken:

  • zorg voor een rustige omgeving 
  • voed evt. in een ronde houding om overstrekken tegen te gaan
  • vermijd overprikkeling in en rond de mond: hierdoor wordt kokhalzen en verslikken voorkomen
  • vaak is zuigtraining door een deskundige zorgverlener nodig (vb. gespecialiseerde logopedist of kinesitherapeut) 
  • soms kan het helpen dat de moeder voorzichtig het puntje van de tong aanraakt en naar achter brengt. Zo leert de baby bovendien een lichte druk op de tong te verdragen. Door zachtjes met een vinger over het verhemelte te gaan wordt de zuigreflex gestimuleerd
  • opvolging en begeleiding door een multidisciplinair team en een lactatiekundige.
Ontvang ook uw

Internationale erkenning

Bij een gunstige evaluatie ontvangt u van het Expertisecentrum het certificaat ‘Borstvoedingsvriendelijke Organisatie’ , dat erkend is door UNICEF en Kind en Gezin.
Het certificaat is geldig voor 4 jaar.

U kan tijdens het hele proces beroep doen op concrete ondersteuning.